Kindernevendienst tijdens corona

Kindernevendienst thuis
26 april 2020

Protestantse Gemeente Balk
Protestantse Gemeente Oudemirdum Nijemirdum Sondel

Deze verwerking sluit aan bij die van Kind op Zondag.

Er kan de komende zondagen tot en met Pinksteren gebruik gemaakt worden van een doorlopende werkvorm: een kijkdoos. Iedere zondag kunnen de kinderen iets toevoegen aan de kijkdoos. De kijkdoos staat voor de reis van het volk Israël door de woestijn.

Steek een kaars aan en zeg of zing

Ga met God en Hij zal met je zijn, jou nabij op al je wegen met zijn raad en troost en zegen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.
 
Ga met God en Hij zal met je zijn,bij gevaar, in bange tijden,over jou zijn vleugels spreiden.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

Lied 416 uit het liedboek

Sta stil bij de grote Paaskaars die altijd in de kerk staat en tijdens de kerkdienst brandt. Weten de kinderen waarom we dat doen? Vergelijk het met een lampje dat je graag naast je bed aan wilt omdat het anders zo donker is in je kamer. Dan kun je je ook wat minder alleen voelen. Zo is het eigenlijk ook met deze kaars. De kaars vertelt ons dat God bij ons is. Kennen de kinderen nog meer symbolen in de kerk en tijdens de kerkdienst die laten zien dat God er is?

Zou God ook bij dat volk in de woestijn zijn waar we al meer verhalen over hoorden? Hoe weten ze dat? Waar konden ze dat aan zien. Dat gaan we nu horen.

Water uit de rots

‘Waar zijn we toch aan begonnen?’ zegt een man.
‘Ja, hoor eens, we kunnen nu niet meer terug’, zegt een ander. ‘Er is hier niks! Iedereen wordt helemaal slap!’

Iemand schudt zijn hoofd. Al die boze woorden, dáár word je moe van. ‘Mozes, help ons! We maken ruzie en we hebben honger. Hoe moet dit verder?’
De groep mensen is nog steeds onderweg. Ze lopen met Mozes en Aron door de woestijn. Weg van Egypte, naar het beloofde land. De reis is zwaar. Het is heel warm en er is weinig eten en drinken. De mensen worden er moe en chagrijnig van.
Mozes steekt zijn handen op. ‘Luister’, zegt hij. ‘Jullie zijn aan het mopperen, maar je weet toch dat God bij ons is?’

Een van de mannen draait zich half om en roept: ‘Oh ja? Oh ja? Waar dan? Waar dan?! We zien hem niet!’ Zijn vrienden knikken. Ze kijken boos.
Mozes doet alsof hij de lucht omlaagdrukt. ‘Luister’, zegt hij opnieuw. ‘God geeft ons brood uit de hemel. Steeds als we het nodig hebben, komt er manna uit de hemel.’

In de groep wordt geknikt.
‘Laten we een deel van dat brood bewaren. In een mooie kruik.’

Heel even is het muisstil. Dan vraagt een man boos: ‘Waarom zouden we dat doen? Als we het ook kunnen opeten?!’
Mozes glimlacht. ‘Omdat’, zegt hij, ‘omdat God dat ons opgedragen heeft. God hoort wel dat jullie het zwaar hebben. Zo’n mooie kruik vol brood, is een goede herinnering. Dan zien we steeds dat Hij voor ons zorgt.’

Er wordt een mooie kruik gekozen en gevuld. Niemand komt eraan, maar iedereen kan ernaar kijken. Het is een bewijs dat God meereist.
De tocht door de woestijn duurt lang. Soms mopperen de mensen nog. Soms zijn ze helemaal stil.

‘Ik heb zo’n dorst, mama.’ Een meisje houdt met een hand haar haren vast. Door de warme wind wapperen ze steeds voor haar ogen. Met de andere hand, heeft ze haar mama vast. Die kijkt omlaag.

‘Ik weet het.’ Ze is even stil. ‘Wij allemaal.’ Ze kijkt vooruit. ‘Is er nog water, ergens? Mijn dochter heeft zo’n dorst.’
Iemand kijkt achterom. ‘Ja, dame, wij allemaal. Er is geen water meer.’
Mozes hoort het. En hij weet het ook. Er is op deze plek geen water. Hij zegt tegen de mensen: ‘Jullie weten toch dat God voor jullie zorgt! Denk maar aan het brood in de kruik!’

Het helpt niet. Een boze man komt naar Mozes toe: ‘Hou maar op, met die God van jou. Water! Water hebben we nodig! Wat ga je daaraan doen?’
Mozes schrikt van de boosheid, maar God heeft een oplossing: ‘Ga vooruit, tik met
je staf op een rots en er zal water uit komen.’ Mozes pakt zijn staf, neemt een paar mannen mee en loopt vooruit. ‘Ik kom terug’, zegt hij tegen de mensen. ‘Met water.’ Het is een wonder. De houten staf van Mozes tegen de stenen rots. Precies zoals God heeft gezegd: hij tikt en het water begint te stromen. Voor het meisje, denkt Mozes. En haar moeder. En de boze mannen. Voor iedereen. Van God.

Lutske Folkerts

Voor kinderen van 4 tot 10 jaar
Als er met een kijkdoos gewerkt wordt kan er een kruikje gekleid worden als symbool van Gods aanwezigheid. Vertel erbij dat voor de mensen in de woestijn God niet altijd zichtbaar is. Dit kan vertaald worden naar de leefwereld van kinderen door twee ronde blaadjes te maken. Op een van de twee wordt water en een kruikje getekend. Het andere blaadje blijft leeg en wordt met een splitpen aan het ene blaadje vast gemaakt, zodat het voor de tekening zit. Hiermee kun je laten zien dat God soms verborgen is en soms zichtbaar.

Voor kinderen van 10 tot 12 jaar
Laat de kinderen een aantal afbeeldingen zien zoals een ooievaar op een ruit, een tas aan een vlaggenmast, een bruidstaart, een kerstboom. Wat weet je als je dit ziet? Laat dan een afbeelding van een kruik zien. Wat weten de mensen uit het verhaal als ze dit zien. Wat weten/geloven wij waarin God zichtbaar is?